16. apr, 2020

Is een pandemie het ideale moment voor grote hervormingen?

Naast de pandemie is er een tsunami van schrijfsels over de pandemie. Behalve de duizenden stukken in de medische hoek gaan veel daarvan over de betekenis van de pandemie voor de toekomst. Bas Heijne schreef een mooi stuk over hoe angst en onzekerheid, het ‘nieuwe normaal’, ons obsessief aan het duiden doet slaan in de NRC van 10 april. Veel duiders worden door Heijne onder de ‘zwartkijkers’ gerangschikt, zoals diegenen die in de crisis een noodzakelijk lesje voor leven in onzekerheid en sterfelijkheid zien. In Nederland en België vallen bijvoorbeeld Ira Helsloot (“erken dat de controle over ons leven beperkt is” – Volkskrant 23 maart 2020),  Marli Huijer (“accepteer dat mensen uiteindelijk ergens aan dood gaan” –  Volkskrant 8 april) en Damiaan Denys (“discussie over sterfelijkheid wordt nu door het virus eindelijk concreet” – NRC, 3 en 10 april) in die categorie.

Bas Heine schrijft terecht dat de duiders vooral doen aan extrapolatie van gedachten die zij al veel langer verkondigen. Er zijn, net als in die andere crisis, die wat langzamer maar niet minder spectaculair verloopt, sceptici. Niet over het klimaat, maar over de mate waarin de coronacrisis de wereld werkelijk zal veranderen. Marketinggoeroe Paul Moers bijvoorbeeld richt zich op de detailhandel, en zegt in Tubantia dat deze crisis bedrijven de kop kost die toch al niet goed waren – en dat je die dus geen subsidies moet verstrekken, maar moet laten gaan, zoals de veel bekritiseerde Jort Kelder dat voor andere doelgroep opperde. Ofwel: de economie, het systeem, krijgt klappen, maar past zich wel aan. Handen uit de mouwen voor de praktische, korte termijn.

Idealisten en ‘zwartkijkers’ zien daarentegen hun eigen vergezichten voor zich, waarin het neoliberalisme verdwijnt, de mensheid met angst en eindigheid leert omgaan, de natuur zich herstelt en de mensen veel liever voor elkaar zijn. Ik ben het met Bas Heijne eens dat veel van die snelle duidingen wat wazig zijn.

Zijn vraag of het temidden van deze pandemie wel het ideale moment is voor grote hervormingen is terecht, en het antwoord lijkt me een duidelijk nee. Maar niet omdat de vergezichten en de vragen die opgeroepen worden op dit moment ongeldig zouden zijn, zelfs niet omdat ze wazig zijn.

Het aardige van zwartkijken is dat je zo blij wordt van kleine kansen. Grote hervormingen moet je niet doen, maar hoef je nu ook helemaal niet te doen!  – want die worden door dit kleine virus al gedaan. Nadenken over welke hervormingen ons op weg kunnen helpen om de volgende crisis te doorstaan is, juist nu, wel een goed idee. Buiten de hulpverleners, ziekenverzorgers, verpleegkundigen, virologen, epidemiologen en anderen die nu erg druk zijn hebben we een kans als nooit tevoren om de wijsheid van Pascal toe te passen, en, tegen heug en meug misschien, een tijdje rustig stil te blijven zitten in een kamer om de zaken te overzien.

Dan kun je denken over het ‘hoe’ van die wazige vergezichten. Hoe moet je dan ‘Corona omarmen’ (Denys), hoe hou je het hoofd koel (Helsloot), hoe accepteren we dat we doodgaan (allemaal!)? Terwijl het virus hervormt zijn energieke mensen à la Kelders en Moers druk in de weer. Die gaan weer zorgen voor rokende schoorstenen, draaiende motoren, en dat krijgen de dromers, rustig op hum kamer, niet op korte termijn van het ‘industrieel-economische-complex’ afgesnoept.

Bij denken aan sterfelijkheid en de acceptatie ervan weten we al snel dat we niet terug hoeven naar vage religieuze noties, en niet hoeven “te buigen voor wat ons overstijgt”(Denys).  Het virus hoeft ons niet naar stille verwondering, overgave of de oude wereld van pastoors terug te leiden. We kunnen terecht bij een eindeloze stroom denkers van allerlei signatuur – ook al is de één misschien nog wat waziger dan de ander. Maar er is wel degelijk een praktische houding uit te distilleren.

Met het hoofd koel en in een praktische modus kunnen we bijvoorbeeld kijken naar Krishnamurti. Die benoemde in 1977 vrij precies de angst die nu ervaren wordt: “Kijk naar de oudere generatie en je zult zien hoe bang ze is voor alles - voor de dood, voor ziekte, voor het tegen de stroom in gaan van de traditie, voor het anders zijn, voor het nieuw zijn.” (Krishnamurti on Education, 1977).

Ik wil hier geen lans breken voor een of andere wazige, oosterse wijsheid: wie Krishnamurti kent weet trouwens wel beter. Ik pleit wèl voor de oplossing die Krishnamurti aanreikt: kritisch denken en beter opvoeden en opleiden. Leer kinderen hoe ze ànders kunnen denken. Hoe ze de dood kunnen zien als een vertrouwd deel van het leven, hoe ze angst tegemoet kunnen treden, en vooral hoe ze zich kunnen wapenen tegen ideologieën die ze worden opgedrongen – of ze nu liberaal, religieus, of sociaal van aard zijn: inclusief die van Krishnamurti zelf.

We kunnen dan de wijze raad van de zwartkijkers concreet maken! We zullen onze sterfelijkheid inderdaad leren accepteren, en toch niet in lethargie vervallen, maar beter onderwijs en opvoeding aan een nieuwe generatie geven.

Dat betekent dat de helden van het verdienmodel, de neoliberalen, de korte termijn-handelaren nog eventjes gewoon door kunnen gaan. Laten we geen Don Quichottestrijd tegen windmolens of G5-masten voeren, niet de vorige oorlog proberen te winnen.  We houden onze verwachtingen op korte termijn bescheiden, maar kunnen op deze manier wel blijven dromen over een leukere toekomst.

Het loslaten van de illusie van controle geeft rust.  Nu we snappen dat niet alles in één mensenleven opgelost hoeft te worden kunnen we misschien beter nadenken over hoe we zinnige lessen door kunnen geven, waardoor een volgende pandemie minder bedreigend wordt. In de toekomst, misschien zelfs minder dan één of twee generaties verder, kunnen dan slimmere mensen alsnog de goede besluiten nemen die ons nu maar niet willen lukken. Misschien oude plannen, zoals die supertaks voor de rijken, die per dag steeds rijker worden; wat dan geld oplevert voor betere ideeën en ingrijpende milieumaatregelen waar wij nu nog niet eens aan durven te denken; en wie weet besluiten ze in een handomdraai om eindelijk een eind te maken aan de obscene ongelijkheid in de verdeling van rijkdom in de wereld.

Dromen over al die mooie dingen, en concreet nadenken over hoe de nieuwe generaties op te voeden, is dan ook nog eens in lijn met het advies van een van de filosofen die tenminste de kracht van humor steeds weer onderkent! Voor Slavoj Žižek is de werkelijkheid dat een eenvoudig, piepklein virusje ons complexe en super-geëvolueerde bestaan als heersers van het heelal bedreigt een aanmoediging tot zowel daadkracht als bescheidenheid (Žizek, Pandemic! - 2020). Goed idee!

 

Willem van de Put

Antwerpen/Utrecht